RoutesPlannerFeaturesUpdates
App
Login or Signup
Get the App
Login or Signup
Leen Jansen experienced this adventure with komoot!

Have your own adventure with the #1 outdoor app today.

Sign up or log in
Leen Jansen
Completed activities

Great Normandy Trail - Day 15

Leen Jansen
Completed activities

Great Normandy Trail - Day 15

went gravel riding

September 6, 2026 at 06:44

Great Normandy Trail - Day 15

05:01

79.5km

15.9km/h

44.9km/h

740m

860m

Wahoo ELEMNT ROAM v2

We hebben heerlijk geslapen in de tent en ontwaken onder een staalblauwe hemel. Het belooft een prachtige dag te worden, al doet de ochtend daar voorlopig nog niet helemaal aan denken.

De zon verschuilt zich nog achter de bomen aan de rand van het terrein, waardoor de nachtelijke kou hardnekkig blijft hangen. De lucht is helder, maar de warmte laat nog even op zich wachten. Met beide handen rond mijn dampende koffiemok probeer ik terug wat gevoel in mijn vingers te krijgen.

Terwijl we de laatste spullen bijeenzoeken, werp ik af en toe een blik naar de boomtoppen. Achter dat groene scherm is de zon duidelijk bezig aan haar opmars. Eerst verschijnt er wat licht tussen de stammen, daarna krijgen de hoogste takken een gouden randje en uiteindelijk schuiven de eerste zonnestralen over het gras.

Precies op het moment dat de tent volledig is ingepakt en onze fietsen opnieuw zijn omgetoverd tot zwaarbeladen pakdieren, wint de zon haar strijd met de bomen. Wat enkele minuten geleden nog een frisse septemberochtend was, verandert plots in een uitnodigende nazomerdag.

We rijden het terrein af en slaan vrijwel meteen een kiezelweg in. De ochtendstilte maakt daarbij al snel plaats voor het vertrouwde gerammel van fietstassen, potten en alles wat op een vakantiefiets niet honderd procent vastzit.

Na enkele tientallen meters hoor ik achter mij het doffe gestuiter van glas op grind.

Wanneer ik achterom kijk, zie ik de lege wijnfles van gisterenavond op het grind liggen. Ik had ze na het ontbijt met veel optimisme aan mijn fietstas vastgesjord volgens een techniek die in mijn hoofd behoorlijk degelijk oogde. Tegen een Normandische kiezelweg bleek die constructie echter duidelijk niet opgewassen.

Ik stap af, wandel terug en raap de deserteur op van tussen de kiezels. Eigenlijk mag ik niet klagen. Gezien de staat van de weg heeft de fles het verrassend lang uitgehouden.

Deze keer stop ik haar gewoon in een fietstas. Veel veiliger. En bovendien heeft dat nog een bijkomend voordeel: al het bewijsmateriaal van gisterenavond zit vanaf nu netjes opgeborgen. Mocht iemand onderweg vragen hoe gedisciplineerd wij onze fietsvakanties aanpakken, dan ontbreken alvast de meest belastende stukken uit het dossier.

De kiezelweg rammelt ons verder het landschap in. In de dalen hangt nog wat ochtendnevel die langzaam oplost onder de eerste zonnestralen. De ochtend trakteert ons op een fantastisch vergezicht over de glooiende heuvels, waardoor zelfs Wim me al snel vergeeft dat ik ons opnieuw over een pad heb gestuurd waarop onze fietsen niet bepaald in hun natuurlijke habitat verkeren.

We bevinden ons op Le Haut Bray. De naam alleen al wekt verwachtingen van besneeuwde toppen en bergbeklimmers met zuurstofflessen. In werkelijkheid reikt het hoogste punt nog geen tweehonderd meter boven de zeespiegel. Maar blijkbaar is dat in deze omgeving ruim voldoende om een officiële naam te verdienen.

Eigenlijk kan ik dat wel begrijpen. Hoogte is relatief. Wanneer je door een landschap fietst dat voortdurend op en neer golft, hoeft een heuvel geen duizend meter hoog te zijn om indruk te maken. Vanaf hier kijken we kilometers ver over het Normandische platteland. Voor even lijkt het alsof we boven op het dak van de streek staan. Al zouden inwoners van de Alpen daar waarschijnlijk hartelijk om lachen.

Vandaag moeten we vier valleien door. De rivieren lijken hier bijna parallel aan elkaar schuin door het landschap gesneden te zijn. Dat betekent vier keer afdalen en vier keer klimmen. Onvermijdelijk.

De eerste klim oogt meteen als de pittigste van het hele gezelschap. Gelukkig zijn de benen nog fris. Dat hebben we dus goed uitgekiend. Als er ergens afgezien moet worden, dan liefst voordat de kilometers en vermoeidheid zich beginnen op te stapelen. Op dit uur van de dag beschikken we nog over een optimisme dat tegen de late namiddag meestal wat meer slijtage vertoont.

Halverwege de klim stap ik even af. Niet omdat de benen het opgeven, maar omdat het uitzicht daar simpelweg om vraagt.

De eerste drie valleien geven zich niet zomaar gewonnen. Elke afdaling wordt onverbiddelijk gevolgd door een nieuwe klim, alsof het landschap ons voortdurend wil herinneren aan de afspraken die we vanochtend gemaakt hebben. Wat naar beneden gaat, moet uiteindelijk ook weer omhoog.

Tegen de tijd dat we de vierde vallei bereiken, hebben we alweer een aardig aantal hoogtemeters verzameld. Gelukkig hebben de glooiende vergezichten onderweg meermaals voor afleiding gezorgd.

Tegen de tijd dat we de vierde vallei bereiken, zijn we aangekomen in Blangy-sur-Bresle. Op het eerste gezicht oogt het stadje wat anders dan de charmante Normandische dorpjes die we de voorbije dagen doorkruisten. Minder ansichtkaart, meer dagelijkse realiteit.

Dat verrast enigszins. Blangy ligt immers in het hart van de Glass Vallée, een regio die wereldwijd bekendstaat om de productie van luxueuze glazen parfumflacons. In deze vallei worden flesjes gemaakt die uiteindelijk terechtkomen in de etalages van Parijs, Londen, Dubai en New York. Het contrast met de bescheiden straten rondom ons had moeilijk groter kunnen zijn.

Terwijl Wim buiten bij de fietsen wacht, duik ik snel een winkel binnen om onze voorraden aan te vullen. In een streek die wereldberoemd is om haar glazen parfumflacons tref ik in de supermarkt een man aan die duidelijk meer ervaring heeft met flessen van een heel andere categorie. Zichtbaar aangeschoten en met een roos in de hand probeert hij de winkeljuffrouw te verleiden. Het is nog niet eens middag.

De hele scène heeft iets tegelijk aandoenlijks en tragikomisch. De vrouw achter de toonbank ondergaat het tafereel met de kalmte van iemand die dit soort voorstellingen niet voor het eerst meemaakt. De man zelf blijft onverstoorbaar geloven in zijn kansen.

Ik wandel naar buiten met mijn boodschappen. Misschien zegt het voorval helemaal niets over Blangy-sur-Bresle. Misschien zegt het alleen iets over één man, één roos en een ochtend die voor hem duidelijk vroeger begonnen is dan voor de meeste andere inwoners. Toch past het vreemd genoeg bij de sfeer van het stadje. Alsof hier achter de geschiedenis van internationale luxeproducten vooral een gewone werkende vallei schuilgaat, met haar successen, haar moeilijkere periodes en haar alledaagse verhalen.

Van de parfumwereld waarvoor de streek bekendstaat, merken wij op straat in elk geval weinig. Maar misschien is dat net het bijzondere aan deze plek: miljoenen luxeflacons vertrekken van hier naar alle uithoeken van de wereld, terwijl Blangy-sur-Bresle zelf gewoon Blangy-sur-Bresle blijft.

Bij het uitstippelen van de route had ik een paadje ontdekt waarmee we de drukke D1015 konden vermijden. Op de kaart zag het eruit als een elegant staaltje routeplanning: minder verkeer, meer rust en een paar kilometer puur fietsplezier.

In werkelijkheid blijkt het pad een stuk minder overtuigend. Naarmate we verder rijden, wordt het steeds smaller. De begroeiing rukt langzaam op en hier en daar lijkt het alsof de natuur al een voorzichtig begin heeft gemaakt met de herovering van haar grondgebied.

Nog voor het pad helemaal overtuigd is van zijn eigen bestaan, besluiten we het experiment stop te zetten. Het vooruitzicht om ergens tussen de braamstruiken te moeten keren of onze fietsen door een overwoekerde doorgang te sleuren spreekt ons niet bijzonder aan.

We besluiten daarom eieren voor ons geld te kiezen, keren om en zoeken alsnog onze toevlucht tot de D1015. Niet de mooiste oplossing, maar wel één waarvan redelijk zeker is dat we geen machete nodig hebben om ons uit Blangy-sur-Bresle te krijgen.

Onze magen protesteren ondertussen steeds luider. Sinds mijn bezoek aan de supermarkt weten ze immers dat er eten beschikbaar is en eisen ze onmiddellijke toegang tot de voorraad.

Toch stellen we de lunch nog even uit. Op de gps zien we namelijk dat er eerst nog een pittige klim op ons wacht. Zo'n klim waarbij de stijgingspercentages op het scherm donkerrood kleuren.

De energie zouden we nochtans best kunnen gebruiken. Maar ervaring leert dat een rijkgevulde maag en een klim van dit kaliber niet altijd het beste team vormen.

We besluiten daarom om eerst de helling te bedwingen en pas daarna te lunchen. De kans bestaat immers dat anders de boterhammen nog voor hun officiële verteringsproces opnieuw het daglicht zien.

Wim vist een snoepje uit zijn voorraad en geeft het aan mij. Plots moet ik terugdenken aan een andere klim. Een andere weg. En een andere man die me vlak voor een beklimming iets te eten gaf.

Uit mijn dagboek naar Compostela (2011):

“Papy Jean geeft me nog een stuk chocolade voor we aan het echte werk beginnen. De klim staat op de kaart aangegeven met zigzaglijntjes. Dat wil zeggen dat we ons aan een serieus stijgingspercentage mogen verwachten.

Papy Jean raakt snel enkele meters achterop bij deze meedogenloze kuitenbijters, maar bij elke splitsing wacht ik op hem. In het begin heb ik het moeilijk om mijn tempo aan te passen aan hem. Ik wil sneller gaan en ik heb een beetje het gevoel dat ik tijd verspeel.

Maar toch zegt iets in me dat ik op hem moet wachten.

Dus doe ik dat maar.”

Net als vijftien jaar geleden blijkt een kleine portie suiker voldoende om het echte werk aan te vatten. We beginnen aan de klim. Tegen de tijd dat we boven op het plateau aankomen, zijn we allebei behoorlijk buiten adem en drijft het zweet langs ons gezicht. De lunch hebben we inmiddels meer dan verdiend.

Veel keuze hebben we niet wat betreft onze picknickplek. Bankjes blijken hier even schaars als vlakke kilometers. Uiteindelijk installeren we ons aan de voet van een windmolen en klappen onze stoeltjes open.

Voorlopig zitten we nog heerlijk in de zon. Terwijl we de broodjes bovenhalen, laten we onze blik over het landschap dwalen. In de verte zien we donkere regenwolken door het land trekken, met her en der een grijze regensluier eronder. Het wordt al snel duidelijk dat de namiddag opnieuw zal uitdraaien op een kat-en-muisspel tussen ons en de regen.

Enkele honderden meters voorbij onze picknickplek komen we bij het Château de Rambures. Geen frivole torentjes, geen overdaad aan tierlantijnen en geen gevel die vooral mooi wil zijn in het avondlicht. Dit is een kasteel dat eruitziet alsof het een ruzie met de vijftiende eeuw heeft gewonnen en sindsdien nog steeds met de borst vooruit iedereen wil ontmoedigen een nieuwe discussie met hem uit te lokken. Alles draait hier om dikke muren, brede grachten en een architectuur die opvallend weinig vertrouwen had in de goedheid van de medemens.

Het huidige kasteel ontstond midden in de Honderdjarige Oorlog. Dat klinkt als een oorlog die iets te lang op de agenda bleef staan, maar voor de mensen hier was dat een dagelijkse realiteit. Wat als een conflict begon, groeide uit tot een historisch feuilleton waarin Engelse en Franse generaties elkaar aflosten zonder dat iemand precies wist wanneer de laatste aflevering zou worden uitgezonden. Om over de talrijke heruitzendingen nog maar te zwijgen.

Een kasteel moest dus niet alleen mooi ogen vanuit de verte. Het moest vooral overeind blijven wanneer iemand met de nieuwste militaire uitvinding kwam aandraven. Dat het kasteel bijna volledig uit baksteen werd gebouwd, was allicht niet louter een esthetische keuze maar ook een vorm van middeleeuws risicobeheer. Kanonskogels hadden namelijk de vervelende gewoonte om muren te raken. Bij harde natuursteen konden daarbij vlijmscherpe brokstukken rondvliegen die soms meer slachtoffers maakten dan de inslag zelf. Baksteen brak minder gevaarlijk en ving een deel van de klap beter op. De bouwers van Rambures behoorden daarmee tot de eersten die begrepen dat het tijdperk van ridders en katapulten plaatsmaakte voor dat van buskruit en artillerie.

Inmiddels is het gevaar van rondvliegende kanonskogels gelukkig wat afgenomen. Tegen betaling van een toegangsticket kun je vandaag zowel het kasteel als de omliggende tuinen bezoeken. Wie dat doet, ontdekt dat achter de dreigende vestingmuren een verrassend ander landschap schuilgaat.

Rondom het kasteel strekt zich nu een park uit dat op het eerste gezicht natuurlijk lijkt. Landschapsarchitecten zijn dan ook meesters in georganiseerd toeval. Tussen de bomen staat een indrukwekkende sequoia die in de achttiende eeuw uit Noord-Amerika werd ingevoerd. Dat alleen al vertelt veel over de tijd. Terwijl gewone mensen zich afvroegen hoe ze de winter zouden doorkomen, besloten sommige aristocraten dat ze graag een boom van een andere wereldhelft in hun achtertuin wilden planten.

En dan is er nog de rozentuin. Meer dan vijfhonderd rozensoorten bloeien hier tussen geurige wandelpaden. Het contrast met de vesting kan nauwelijks groter zijn. Het is alsof het kasteel na eeuwen verdedigen eindelijk besloot dat het tijd was voor wat zachtere hobby's.

Wij laten de inkomprijs echter voor wat ze is. Een foto van de buitenzijde volstaat om onze historische nieuwsgierigheid tevreden te stellen. We stappen opnieuw op de fiets en banen ons een weg tussen de eindeloze vlasvelden.

Vlas. Daar heb ik het vreemd genoeg nog niet over gehad.

Nochtans fietsen we er al dagenlang midden doorheen. Overal liggen op de velden lange stroken en hoopjes goudbruin vlas uitgespreid.

Wim stapt af. Hij wandelt naar een hoopje vlas langs de rand van een akker, neemt een handvol op en bestudeert het met de ernst van een man die elk moment een deskundig advies zal uitbrengen over de verwachte opbrengst per hectare.

Sommige percelen ogen alsof de oogst vergeten werd op te halen. Maar dat is volledig de bedoeling.

Vlas wordt namelijk niet gemaaid, maar met wortel en al uit de grond getrokken. Voor de vezelproductie wil men immers de volledige lengte van de plant behouden. Daarna blijven de planten nog een tijd op het veld liggen, omdat de natuur nog wat werk moet verrichten.

Tijdens dat proces, het zogenaamde roten, doen dauw, regen en miljoenen micro-organismen langzaam hun werk. Ze breken de natuurlijke lijmstoffen af die de waardevolle vezels aan de stengel vasthouden. Het is één van de weinige landbouwprocessen waarbij de oogst eerst wekenlang op het veld blijft liggen om langzaam te verweren.

Af en toe worden de vlasstroken gekeerd, zodat zon, regen en dauw overal gelijkmatig hun invloed kunnen uitoefenen. Pas wanneer de vezels voldoende losgekomen zijn, wordt het vlas samengebracht en afgevoerd voor verdere verwerking.

Dat klinkt allemaal behoorlijk technisch, maar het resultaat kent vrijwel iedereen. Uit vlas worden namelijk de vezels gewonnen waar uiteindelijk linnen van gemaakt wordt. Van chic tafellinnen en zomerkleding tot schilderdoeken en industriële toepassingen: alles begint hier, op deze velden.

Terwijl we verder fietsen, blijven de wolken zich verzamelen aan de horizon. Wat tijdens de lunch nog een verre dreiging leek, schuift langzaam onze richting uit. Lange tijd leek het erop dat we de buien te slim af zouden zijn. Maar besluit de hemel dan toch dat het spel lang genoeg geduurd heeft.

De eerste regendruppels vallen op onze armen. We stoppen, halen voor de zoveelste keer deze reis onze regenkledij boven en hijsen ons opnieuw in het inmiddels vertrouwde uniform van de natweerbrigade.

Het enthousiasme voor een avond kamperen krijgt daarbij een flinke klap. Terwijl de druppels op onze regenjassen tikken, boeken we last minute een B&B in Abbeville.

Nog geen tien minuten later stopt het met regenen. Alsof de hemel eerst even wilde controleren of de reservatie wel degelijk was doorgekomen.

Tegen de tijd dat we goed en wel langs de Somme Canalisée rijden, kunnen de regenjassen alweer opgeborgen worden. De lucht klaart open, de zon breekt opnieuw door en het kanaal glinstert alsof de voorbije bui nooit heeft bestaan.

Ik begin stilaan te vermoeden dat de weergoden hier op commissie werken voor de lokale logiessector. Eerst net genoeg neerslag om twijfelende fietsers richting een B&B te lokken. En zodra de boeking bevestigd is, mag de zon weer buitenkomen. Het klinkt als een bijzonder efficiënt businessmodel.

7 people liked this tour.

7ShareEmbedComments
NavigateSend to PhoneSave

Waypoints

Bagged Peaks

Route Details

Elevation

Nothing selected – click and drag below to see the stats for a specific part of the route.

Highest point (220 m)

Lowest point (10 m)

Sign up to see more specific route details

Sign up for free

Comments

guide_signup

Want to know more?

Sign up for a free komoot account to join the conversation.

Sign up for free
Loading
Explore
RoutesRoute plannerFeaturesRedeem a voucherHikesMTB TrailsRoad cycling routesBikepackingSitemap
Download the app
Follow Us on Socials

© komoot GmbH

Privacy Policy