RoutesPlannerFeaturesUpdates
App
Login or Signup
Get the App
Login or Signup
Leen Jansen experienced this adventure with komoot!

Have your own adventure with the #1 outdoor app today.

Sign up or log in
Leen Jansen
Completed activities

Great Normandy Trail - Day 14

Leen Jansen
Completed activities

Great Normandy Trail - Day 14

went gravel riding

September 5, 2026 at 06:32

Great Normandy Trail - Day 14

05:58

98.6km

16.5km/h

50.2km/h

830m

690m

Wahoo ELEMNT ROAM v2

De ochtend begint met een rondgang langs alle plekken waar we gisteren onze natte spullen hebben achtergelaten. Stoelen, deurklinken, tafelranden en rugleuningen geven één voor één hun lading weer vrij. Ik sprokkel mijn kledij bij elkaar zoals een boer na de oogst zijn laatste balen van het veld haalt.

Mijn schoenen hebben duidelijk de hele nacht vruchteloos geprobeerd een drogere versie van zichzelf te worden. Ik troost me met de gedachte dat het resultaat daarmee eigenlijk volledig binnen de verwachtingen valt.

Gelukkig ziet de wereld er buiten wel weer een stuk vriendelijker uit. De regenwolken hebben zich voorlopig teruggetrokken en tussen het grijs verschijnen opnieuw brede stukken blauw. Het asfalt glinstert nog van de regen van gisteren, maar overal hangen tekenen van herstel. Hier en daar stijgt wat damp op uit de velden en zelfs de bomen lijken hun bladeren droog te schudden.

Meteen veranderen ook onze normen en waarden. Kleren die gisterenavond nog als teleurstellend vochtig werden beschouwd, promoveren onder een blauwe hemel plots tot perfect bruikbaar. Ik trek mijn fietsbroek aan. Klam. Het fietsshirt volgt. Ook klam. De sokken zijn er zelfs in geslaagd een heel eigen categorie tussen nat en droog uit te vinden.

Toch stoort het nauwelijks. Zonlicht heeft een merkwaardige invloed op het beoordelingsvermogen van fietsers. Exact dezelfde uitrusting die gisteren nog aanleiding gaf tot lichte moedeloosheid, voelt vandaag als een probleem dat zichzelf onderweg wel zal oplossen.

Meteen na vertrek wacht ons een geschenk dat fietsers zelden weigeren: een afdaling. Vijf kilometer lang laten we ons de vallei van de Risle in glijden. De frisse ochtendlucht prikt nog wat in onze wangen en ik rits mijn jasje een stukje verder dicht. De weg slingert tussen de groene hellingen naar beneden terwijl de rivier langzaam dichterbij komt.

Beneden in de vallei heeft de zon al wat meer vat gekregen op de ochtend. Het vestje verdwijnt opnieuw in de fietstas. Dat blijkt geen overbodige handeling, want aan de overkant van de Risle ligt onze volgende opdracht al grijnzend op ons te wachten.

Terwijl we aan de klim beginnen, verschijnt er een man die net de andere richting uitwandelt. Zijn handen vol met hengels, netten en ander vismateriaal. Hij kijkt naar onze bepakte fietsen, vervolgens naar de helling achter hem en glimlacht.

"Ouh là là, c'est raide, hein ?"

"Amai, dat is steil, hé?"

Een analyse waarmee zowel wij als de fietscomputer het roerend eens zijn. Even later verschijnt er immers 13% op het scherm. Dat zijn hellingspercentages waarbij een vakantiefiets plots alle eigenschappen van een klein verhuisbedrijf begint te vertonen. Geloof me vrij: alles boven de 10% is met volle fietstassen een serieuze opdracht.

Gelukkig hebben de heuvels hier ook hun beperkingen. Ze zijn steil, maar zelden lang. Normandië probeert ons liever kort en krachtig te straffen dan ons langzaam uit te putten. Een paar minuten later bereiken we alweer de top, terwijl de vallei van de Risle achter ons wegzakt.

Wanneer we uiteindelijk het Forêt de Brotonne binnen fietsen, voelt dat bijna als een klimaatverandering op twee wielen. De thermostaat wordt direct een vijftal graden lager gedraaid. Dat frisse bosklimaat is op zich welkom, maar ondertussen beginnen we toch stilaan uit te kijken naar onze eerste pauze van de dag. Gewoonlijk gunnen we ons die na een kilometer of twintig à vijfentwintig. Dat punt zijn we ondertussen ruim gepasseerd.

Het probleem is alleen dat het bos weigert mee te werken. De bomen staan hier zo dicht opeen dat amper een straaltje zon de bosbodem bereikt. Overal vinden we schaduw, nergens een uitnodigend plekje waar twee fietsers zich in het ochtendzonnetje kunnen installeren met een koek of een stuk fruit. Dus blijven we maar verder fietsen.

Ons energieniveau houden we intussen op een andere manier op peil. Wim beschikt namelijk over een indrukwekkend arsenaal aan snoepvoorraad. Uit zijn fietstas verschijnen snoepjes in alle mogelijke kleuren, vormen en formaten. Hun voedingswaarde laten we gemakshalve in het midden, maar ze slagen er wonderwel in om de benen draaiende te houden.

Terwijl wij ons langzaam een weg eten door Wims mobiele suikerdepot, glijdt het bos verder aan ons voorbij. Het Forêt de Brotonne is een overblijfsel van de immense oerbossen die ooit grote delen van Noordwest-Europa bedekten. Toen men elders velden, steden, snelwegen en industrieterreinen aanlegde, bleef hier een verrassend groot stuk van de natuur bewaard.

Natuurlijk hebben mensen ook hier hun stempel gedrukt. Romeinen kapten delen van het oorspronkelijke woud voor boerderijen, villa's en wegen. Middeleeuwse houthakkers zagen het bos vooral als een voorraadschuur op stam. Toch slaagde Brotonne erin zijn karakter te behouden.

We laten het bos achter ons en bereiken de oevers van de Seine, waar de verwarming weer enkele graden hoger staat. Aan de oever vinden we een picknickbankje in de zon. We parkeren de fietsen, gooien de helmen af en beginnen al mentaal aan onze pauze. Op dat moment meert er vlak voor ons een veerboot aan.

We slaan het tafereel eerst zonder veel belangstelling gade. Een boot die aanmeert op een rivier is tenslotte ongeveer even verrassend als een koe die in een weiland staat te grazen.

Pas wanneer de bemanning begint aanstalten te maken voor de volgende overtocht, valt plots het kwartje.

Wij moeten vandaag óók nog naar de overkant.

Volgens het oorspronkelijke plan zouden we enkele kilometers verderop een andere overzetboot nemen. Maar deze ligt hier nu toevallig voor onze neus, draait haar motoren warm en lijkt haast persoonlijk aan te bieden om ons een stukje routeplanning uit handen te nemen.

We twijfelen niet lang. Binnen enkele minuten rollen we de veerboot op. Nog voor we goed en wel "schipper, mag ik overvaren" gezongen hebben, staan we alweer aan de andere kant van het water.

Ook daar wacht een bankje op ons. We installeren ons in de zon en trakteren ons eindelijk op onze eerste echte pauze van de dag. Terwijl we een handvol koeken bovenhalen, valt ons oog op een groot informatiebord. Het draagt de titel "Quand Jumièges était un port": "Toen Jumièges een haven was".

Dat klinkt vandaag enigszins verrassend. Jumièges ligt niet bepaald aan zee. Rond ons zien we vooral de brede rivier, groene hellingen en enkele verspreide gebouwen die zich rustig lijken neer te leggen bij het tempo van de voorbijglijdende Seine. Toch was deze plek eeuwenlang veel drukker dan ze vandaag oogt.

Voor de komst van spoorwegen, autosnelwegen en vrachtwagens was de Seine één van de belangrijkste verkeersaders van Frankrijk. Wie goederen wilde vervoeren tussen Parijs en de zee, deed dat bij voorkeur over water.

Jumièges profiteerde daarbij volop van haar ligging aan de Seine. Schepen meerden hier aan om goederen te laden en lossen. Fruit uit de omliggende boomgaarden, wijn, hout en allerlei andere handelswaar vonden via de rivier hun weg naar de rest van Frankrijk. Het bord herinnert eraan dat hier ooit een levendige rivierhaven lag, lang voordat de meeste mensen een auto of zelfs maar een fiets bezaten.

Terwijl we verder lezen, botsen we op een verhaal dat meteen alle aandacht naar zich toe trekt. Niet over handel of scheepvaart, maar over twee ongelukkige prinsen. De legende staat bekend als die van de Énervés de Jumièges. Het verhaal speelt zich af in de tijd van koning Clovis II. Zijn twee zonen zouden tegen hem in opstand gekomen zijn. Dat bleek geen carrièrezet van formaat. Als straf liet hun vader hun pezen doorsnijden zodat ze nooit meer konden vechten of lopen.

Daarmee was de pedagogische aanpak van de zevende eeuw nog niet uitgeput. De prinsen werden vervolgens op een stuurloos vlot op de Seine gezet en compleet aan hun lot overgelaten. Het vlot dreef stroomafwaarts tot hier, waar de monniken van de abdij van Jumièges hen zouden hebben gevonden en verzorgd.

Historici hebben inmiddels stevig aan dit verhaal gesleuteld. Zelfs het informatiebord merkt op dat Clovis II waarschijnlijk nooit een voet in Jumièges gezet heeft. Maar dat heeft de legende weinig schade berokkend. Sommige verhalen zijn eenvoudigweg te goed om zich door de feiten te laten tegenhouden.

Wanneer we opnieuw op de fiets stappen, blijken de infobordjes nog lang niet op te zijn. Dit keer staan ze in grote aantallen opgesteld langs een oud spoortracé dat ons richting Barentin voert.

Bij Yainville draaien we dat tracé op. Het eerste wat ons begroet is echter niet een herinnering aan de spoorweggeschiedenis, maar een perfect uitgerust openbaar toilet. Na twee weken bosjes, struiken en andere geïmproviseerde sanitaire voorzieningen besluit ik zonder aarzelen gebruik te maken van de nette infrastructuur die de Franse samenleving hier gul ter beschikking stelt.

Daarna volgen de infobordjes.

Heel veel infobordjes.

Om de paar honderd meter staat er wel eentje langs het pad. Over de geschiedenis van de spoorlijn, de natuur, de omliggende dorpen, verdwenen stations of lokale bijzonderheden. We vermoeden tenminste dat het daarover gaat. Zeker weten doen we het niet.

Het klinkt misschien als cultureel vandalisme, maar we hebben er geen enkel gelezen.

Wandelaars hebben op dat vlak een duidelijk voordeel. Voor een wandelaar is zo'n infobord een uitnodiging. Voor een fietser eerder een kosten-batenanalyse. Je remt af, klikt uit, zet de fiets neer, leest het bord, klimt weer op, zoekt een geschikt verzet en probeert vervolgens de verzamelde massa van fiets, bagage en lichaam opnieuw in beweging te krijgen.

Zo fietsen we langs een hele verzameling kennis die waarschijnlijk speciaal voor ons werd neergezet, zonder ook maar één keer af te stappen. We hebben er het raden naar wat er precies op te lezen valt. Mogelijk hadden we onderweg iets kunnen leren over spoorwegen. Misschien over zeldzame vogels. Misschien stond er wel het recept van een uitstekende Normandische appeltaart op. We zullen het nooit weten.

Gelukkig vertelt het spoortracé zelf ook een deel van het verhaal. De brede bochten, de zachte hellingen en de lange rechte stukken verraden nog altijd dat hier ooit treinen reden. Vandaag zijn het vooral fietsers die profiteren van het werk van negentiende-eeuwse spoorwegingenieurs. Een beroepsgroep die waarschijnlijk nooit heeft vermoed dat haar grootste bijdrage aan de toekomst ooit comfortabele fietspaden zou worden.

Bij een wat kunstmatig uitziend vijvertje besluiten we eindelijk halt te houden. Het tafereel lijkt bijna te netjes om toevallig ontstaan te zijn. Een bordje bevestigt ons vermoeden: dit is La Mare du Calvaire, een oude dorpspoel.

Op de kalkrijke plateaus van Normandië waren natuurlijke waterlopen eeuwenlang schaars. Regenwater verdween er snel in de ondergrond. Dorpen moesten daarom creatief zijn en legden overal mares aan: kunstmatige poelen waarin regenwater werd verzameld. Het waren de tankstations van hun tijd. Koeien kwamen er drinken, boeren haalden er water voor allerlei karweien en wanneer ergens een schuur of woning vuur vatte, vormde zo'n poel meteen de lokale brandweerreserve. Tegenwoordig dobberen er vooral wat eenden rond en bewonderen libellen hun eigen spiegelbeeld, maar eeuwenlang vormden dit soort waterplassen een onmisbaar onderdeel van het dorpsleven.

Voor ons vormt La Mare du Calvaire vooral een uitstekende lunchlocatie.

Bovendien gebeurt hier iets wat we de voorbije dagen maar sporadisch hebben meegemaakt. Voor het eerst sinds lange tijd lijkt de zon haar werk weer ernstig te nemen. We kunnen zelfs van een volwaardige doorbraak spreken. Alsof Normandië zich plots herinnert dat september in principe nog altijd tot de zomer behoort.

Terwijl Wim de lunch bovenhaalt, grijp ik mijn kans. Enkele kledingstukken die gisteren nog een volledige werkdag aan regen hebben verwerkt, verdwijnen uit de fietstas en worden strategisch uitgespreid over het bankje. Na uren vruchteloos binnendrogen krijgen ze eindelijk toegang tot een veel efficiëntere installatie: een directe aansluiting op de zon.

Eigenlijk zouden we hier probleemloos uren kunnen blijven zitten. Het water, de stilte en de zon vormen samen een bijzonder overtuigend pleidooi voor totale passiviteit. Maar er liggen nog heel wat kilometers op ons te wachten en die zullen niet vanzelf verdwijnen. Met lichte tegenzin verzamelen we onze inmiddels aanzienlijk drogere bezittingen weer bij elkaar, laden alles terug op de fietsen en zetten koers naar het volgende hoofdstuk van de dag.

We laten de dorpspoel achter ons en duiken een netwerk van gravelwegen op dat zich een weg baant tussen uitgestrekte akkers en rijen windmolens. De wieken draaien traag boven het landschap, alsof ze persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de luchtcirculatie in heel Normandië.

Verderop speelt zich een activiteit af die minstens even indrukwekkend is. Een volledige colonne vrachtwagens rijdt af en aan tussen de velden. Er wordt geoogst, en duidelijk niet op kleine schaal. Overal bewegen machines zich door het stof, terwijl de vrachtwagens geduldig in formatie wachten op hun beurt.

Wim bekijkt het schouwspel even en trekt zijn conclusie.

"Dat is dus waarom boeren graag veel kinderen hebben. Zodat elk kind een vrachtwagen kan besturen."

Ik kijk nog eens naar de rij voertuigen.

"Deze boer heeft er minstens zeven."

Alsof het universum zijn gelijk wil bewijzen, verschijnen in de verte nog twee exemplaren aan de horizon.

"Ah, nog twee laatkomers", zegt Wim.

"Of nakomers", corrigeer ik al lachend.

De brede banden van de vrachtwagens malen het droge gravel fijn tot stof. Bij elke passage trekt een nieuwe wolk over het pad, zodat we afwisselend door Normandië en door een lichtgrijze versie daarvan fietsen.

De laatste telg uit de familie komt ons met zijn vrachtwagen tegemoet op een kort klimmetje. De chauffeur ziet ons aankomen, vertraagt en stuurt zijn gevaarte hoffelijk een stukje opzij. Terwijl wij puffend hoogte proberen te winnen, steekt hij een aanmoedigende vuist omhoog. Het is exact het soort morele steun dat je graag krijgt wanneer de zwaartekracht weer eens denkt dat ze iets te bewijzen heeft.

De vrachtwagens, de oogst en de windmolens verdwijnen daarna geleidelijk uit beeld. Normandië blijft ondertussen doen waar het al dagen goed in is: het ene landschap haast ongemerkt in het andere laten overvloeien. We fietsen door kleine dorpen, langs akkers en bosranden, zonder dat er echt iets verraadt wat ons verderop te wachten staat.

Wat Wim niet weet, is dat we stilaan een plaats naderen waar ik al naar uitkijk sinds de eerste lijnen van deze route op papier verschenen.

Het uitstippelen van onze tocht is ... (lees verder in de comment section).

4 people liked this tour.

4ShareEmbedComments
NavigateSend to PhoneSave

Waypoints

Bagged Peaks

Route Details

Elevation

Nothing selected – click and drag below to see the stats for a specific part of the route.

Highest point (210 m)

Lowest point (0 m)

Sign up to see more specific route details

Sign up for free

Comments

guide_signup

Want to know more?

Sign up for a free komoot account to join the conversation.

Sign up for free
Loading
Explore
RoutesRoute plannerFeaturesRedeem a voucherHikesMTB TrailsRoad cycling routesBikepackingSitemap
Download the app
Follow Us on Socials

© komoot GmbH

Privacy Policy